Top

Het oever-aquaterrarium (6 delen)

Het oever-aquaterrarium – Deel 1

Tekst, foto’s en illustraties: Dick Poelemeijer

In het door Lucas Bauer geschreven boekwerk ‘Plantaardig alfabet’ vermeldt hij op pag. 73 onder de letter ‘R’: “Ripa is oever. Riparium is de juiste naam voor oever-aquaterrarium”. Toen onze ouders en grootouders zo’n 80 jaar geleden vissen en waterplanten gingen verzorgen was er nog sprake van één discipline namelijk het aquarium in zijn oervorm, al dan niet in de vensterbank geplaatst en al dan niet verlicht door één of meerdere gloeilampen. Aan filtratie en andere technieken werd nog niet gedaan en het waterdeel werd slechts bijgevuld en zelden of nooit ververst. Na de tweede wereldoorlog en bij intrede van tl-verlichting maakte de aquarium hobby een grote sprong voorwaarts en werd er steeds meer gelet op esthetiek en biologische eigenschappen van het leefmilieu. De zogenaamde Hollandse aquaria zagen het levenslicht. In deze vivaria lag de nadruk op fraaie plantengroepen, die in hun verschijningsvorm vooral verschillend moesten zijn. Het idee om zogenaamde ‘straatjes’ te vormen vond en vindt nog veel bijval. Terraria waren er ook al, maar dan toch meer voor spinnen, slangen, wandelde takken ed. In de zeventiger jaren besloten een aantal liefhebbers dat het ook anders zou moeten kunnen. D.w.z. dat zij zich verenigden in een nieuwe vereniging die de naam Studievereniging Het Paludarium kreeg met als oprichtingsdatum 2 januari 1975. Deze liefhebbers begonnen met het maken van paludaria. Een paludarium is in feite een moerasbak (palus = moeras) met een relatief ondiep waterdeel en een deels soppig landdeel.

 

Riparium

Weliswaar  bestonden er al riparia maar eerst rond 1990 beschreef Loek van der Klugt deze verschijningsvorm in zijn lezing “Over riparia, aqua-terraria en paludaria” als: “riparium: het waterdeel heeft de functie van een aquarium en sluit via de oever (ripa) logisch aan bij het land.” Riparia waren vooral te bewonderen in dierentuinen en meer recent in het Ecodrome Zwolle (helaas gesloten per 1 april 2012) waar Nanne de Vos een riparium bouwde dat de naam ‘Río Negro’ kreeg. Ook in Aquazoo und Löbbecke-Museum in Düsseldorf is een 15 meter lang riparium te bewonderen, dat een Zuid-Amerika biotoop nabootst. Aquazoo und Löbbecke-Museum is van 4 november 2013 tot  het voorjaar van 2015 gesloten in verband met een grote verbouwing.

 

 

 

Pelophylax kl. esculentus [kl. staat voor *klepton]

* De hybriden van Pelophylax-soorten (groene kikkers) hebben een aparte status. Ze worden klepton genoemd omdat ze zich weer met één van de oudersoorten kunnen voortplanten en in sommige gevallen ook onderling, maar zonder vermenging van het genetisch materiaal van de geslachtscellen. De mengvorm is ook te talrijk om afkomstig te zijn van kruisingen tussen de oudersoorten. De bastaardkikker is een klepton. Samen met de poelkikker en de meerkikker vormt hij een synklepton.

In 2002, na een bezoek aan het Artis Aquarium in Amsterdam, vat ik het plan op om een oever aqua-terrarium ofte wel een riparium te bouwen. Aangezien mijn eega het niet ziet zitten, dat een dergelijk omvangrijk bouwsel in de huiskamer verrijst ben ik uitgeweken naar mijn werkkamer op de eerste verdieping. Naast de deur heb ik de beschikking over een wand van circa 2,50 meter met in de hoek een wastafel. Besloten wordt deze te verwijderen en de sifon te benutten om toekomstig afvalwater en/of aquariumwater te lozen. De uiteindelijke lengte van het riparium wordt 1,60 meter en ernaast, op de plaats van de verwijderde wasbak, wordt een kast gebouwd om de techniek in onder te brengen. De totale hoogte van het riparium tot onder de lichtbak is 1,30 meter. De breedte en de diepte van het waterdeel is 0,60 meter. Na aftrek van het volume dat wordt ingenomen door de achter- en zijwanden, zomede de stukken driftwood die submers zijn geplaatst, is de totale netto waterinhoud circa 375 liter.

 

 

Orchidee in een Artis terrarium

 Bouw van het riparium

Allereerst wordt er een onderkast gemaakt, waarop het van watervast verlijmd multiplex gemaakt riparium een plaats vindt.

 

 de onderkast                        watervast verlijmd multiplex

 De achter- en zijwanden van het emerse en submerse deel worden vervaardigd van EPS (‘expanded polystrene’) in de volksmond ‘piepschuim’ genoemd. Later blijkt dat EPF (‘extruded polystrene foam’) in de volksmond ‘roofmate’ of ‘styrofoam’ genoemd een betere keus zou zijn geweest. Maar aan dat piepschuim in een dikte van 5 cm kon ik voordelig aankomen omdat bij een recente storm een deel van de dakbedekking van de nabije Gamma was afgewaaid.

 

 

achterwand (submers) ‘piepschuim’ met epoxy [2 componenten hars]

 

Het riparium wordt eveneens waterdicht gemaakt met epoxy en aangezien ik geen trekstrippen kan monteren kies ik voor een voorruit van 16 mm die met ‘siliconenkit glas’ van het merk ‘Bison’ wordt vastgezet, waarbij een breedte van 7 cm links, rechts en onder wordt aangehouden in het multiplex frame.

 

 16 mm spiegelglas in frame

Verlichting

De verlichting wordt zo hoog mogelijk, dus tegen het plafond gemonteerd, waarbij de VSA’s + ventilatoren tegen de achterwand worden geschroefd.

 

 

VSA’s, stopcontacten met tijdklokken en ventilatoren

 

 

links de HQL reflector

 

De montage van de verlichtingsplaat geschiedt separaat, d.w.z. dat deze na montage tegen de onderzijde van de lichtbak wordt geschroefd. Daarna wordt alles aangesloten op de VSA’s en van stroomtoevoer voorzien via tijdschakelklokken.

 

 

de onderzijde van de verlichtingsplaat

 

De lichtkap wordt afgesloten door een klepdeksel voorzien van ventilatieroosters waarachter computerventilatoren zijn gemonteerd die tegelijkertijd met de verlichting worden in- en uitgeschakeld, zodat de overtollige warmte van de VSA’s wordt afgevoerd.

 

 

lichtkap met klepdeksel en ventilatieroosters

 

Inrichting

Waar in de submerse achter- en zijwanden in de nog vochtige epoxy hars zand en kleine steentjes zijn ingebed, wordt van de emerse achter- en zijwanden uiteraard meer werk gemaakt. Sommige gedeelten worden ‘versteend’ en andere delen weer voorzien van turfplaten waarop in de toekomst planten en mossen moeten groeien. Ook wordt er links van het midden een waterval gesitueerd en stenen, druivenhout en kienhout in het emerse deel verwerkt. In het submerse deel komt een langgerekt stuk driftwood en wat stenen.

 

 

de waterval is voorbereid

 

 

driftwood en druivenhout gedeeltelijk submers

 

Water in de bak

Nadat alles is aangesloten, d.w.z. de filter, de pomp voor de waterval en de verwarming (gedeeltelijk bodemverwarming) komt er water in de bak. Na 6 weken de eerste vissen en langzaam begint zich de beplanting te ontwikkelen. Eerst het submerse gedeelte en aarzelend, hier en daar wat begroeiing in het emerse deel van het riparium.

 

 

 

het riparium in juni 2004

 

 

begroeiing met Acorus calamus

 

 

bij de waterval ontstaat spontaan Riccia fluitans

 

Na vijf maanden knutselen is het dan toch eindelijk gelukt om een begin te maken met mijn nieuw liefde een oever aqua-terrarium ofte wel een riparium.

 

Het is inmiddels 2005 en mijn riparium functioneert al weer 10 maanden maar wanneer ik naar de achter- en zijwanden van mijn riparium kijk vraag ik mij af of het mij zal lukken hier ooit een begroeiing te realiseren. De aquariumvereniging, waar ik lid van ben, heeft een lezing geboekt bij Loek van der Klugt. Van hem krijg ik een stek van Ruellia squarrosa, zodat ik min of meer gedwongen ben om hiervoor een oever te creëren.

Het maken van ‘oevers’

Na enig denkwerk besluit ik gebruik te maken van hoogveen turf dat ik al meer dan een jaar in mijn vijver heb laten weken. Droge stukken kun je moeilijk bewerken en bovendien is het oppervlak dan zo hard dat je hierin geen planten kunt laten wortelen. De zogenaamde oevers wilde ik in de hoeken van mijn riparium aanleggen. Ik maak gebruik van het in de oever vastgelijmde stuk driftwood aan de linker achterzijde. Ik verwijder de stenen en klem de vochtige turf tussen achterwand en driftwood er voor zorgend, dat de turf met de onderzijde het wateroppervlak kan raken, zodat ik verzekerd blijf van een vochtige oever. Deze procedure wordt herhaald aan de linker achterzijde van het riparium waar de andere ‘oever’ wordt gecreëerd.

 

 

stenen worden vervangen door turf

 

Ruellia squarrosa

In het zeer leeswaardig artikel “Enkele zeer bruikbare paludarium planten” dat Loek van der Klugt, Studievereniging ‘Het Paludarium’ in de april 2013 – uitgave van Het Aquarium publiceerde wordt Ruellia squarrosa op pag. -28- en -29- uitgebreid beschreven. Loek van der Klugt vermeldt dat de plant behalve van Florida ook van Hawaii bekend is. Enig speurwerk leverde echter nog een aantal vindplaatsen op, zoals Arizona, Louisiana, South Carolina en Texas de zuidelijke staten van de VS, waar hij door sommige tuinliefhebbers als lastig en woekerend wordt beschreven. Ruellia squarrosa komt echter ook voor in oostelijk Australië, zoals Queensland, maar eveneens in het zuidelijk gelegen New South Wales. Voorts wordt deze kleine struik gevonden op Okinawa en het zo maar kunnen zijn dat hier zaden zijn ‘meegelift’ met de Amerikaanse troepen die hier, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, van 1 april tot 23 juni 1945 slag hebben geleverd met de Japanners.

We kunnen dus met recht spreken dat Ruellia squarrosa een echte kosmopoliet is die in onze paludaria en riparia zeker een plaatsje verdient.

 

 

 

Ruellia squarrosa [een eendaags bloeier]

 

 

Braziliaanse waterklimop (Grote waternavel)

Aan de rechterzijde in het submerse deel van het riparium heb ik Hydrocotyle leucocephala ‘geplant’. Hoewel ‘planten’ niet helemaal correct is want H. leucocephala kun je beter vastbinden op een stukje kienhout of iets dergelijks. Hechtwortels zijn nauwelijks aanwezig. Het leuke van deze snelgroeiende plant is dat hij in een open bak al snel boven het wateroppervlak zal uitgroeien en zij vormt dan kleine witte bloempjes.

Hydrocotyle betekent ‘waterschaal, waternap, waternavel’ en leucocephala ‘witkop, bleekgezicht’.

 

 

riparium auteur in 2005 – 2006 (rechts Hydrocotyle leucocephala)

 

 

 

De ‘witkop’ in bloei

 

Het submerse gebied

Bij aquariumhandel Holgen in Amsterdam tik ik een plant op de kop die mij wordt aangeboden als Echinodorus horizontalis. Het geslacht Echinodorus behoort tot de waterweegbreefamilie (Allismataceae). Aanvankelijk groeit deze Amazone zwaardplant de bak uit. Op een enkele uitzondering na zijn alle deskundigen het er over eens dat dit niet een E. horizontalis kan zijn en bij de huiskeuring van 2013 heb ik deze plant de naam van Echinodorus cordifolius (= met hartvormig blad) gegeven. In het plantenboek van Christel Kasselmann staat bij deze moerasplant vermeldt, dat zij een bossige groeiwijze heeft en ook dat ze in het begin gemakkelijk boven water groeit. Dit was zeker in het begin het geval.

 

 

Echinodorus cordifolius [voorheen incorrect E. horizontalis]

 

De bloeiwijze van E. cordifolius is fenomenaal. Binnen 1 week vormt zich een 60 cm lange bloemstengel met schitterende witte bloempjes en een geel hartje. Na de bloei die zeker een week of langer aanhoudt vormen zich kleine zaaddoosjes en adventief planten, waaruit je gemakkelijk nieuwe planten kunt opkweken. Zelf plaats ik de adventief planten achter in de bak, waar ze vrijwel allemaal boven water blijven staan, maar waarvan de bladeren in verhouding met de moederplant vrij klein blijven.

 

 

bloeiwijze Echinodorus cordifolius

 

 

adventief planten van Echinodorus cordifolius

 

De vissen

Toen ik het waterdeel van mijn riparium in 2004 bevolkte begon ik gelijk met een grote school kardinaal tetra’s (Paracheirodon axelrodi), waarvan ik er zo’n 60 stuks aanschafte. Aangezien mijn echtgenote wat kleur in de bak wilde, besloot ik tot aanschaf van 6 Xiphophorus maculatus var. ‘red coral’ (2 heren en 4 dames). En waartoe dat kan leiden laat onderstaande foto zien, die 6 maanden later werd genomen. Meer dan 70 rode plaatjes hadden min of meer de macht overgenomen, zodat ik er tweewekelijks zo’n twintigtal naar de lokale aquarium winkel bracht, die de visjes voor een euro per stuk verkocht. Uiteindelijk ben ik erin geslaagd om het bestand terug te dringen tot circa 15 stuks, daarbij geholpen door een zestal maanvissen die ik later heb aangeschaft. 

 

 

is het geen plaatje?